Als betere derde uit de poulefase van de Champions League mocht Atlético aansluiten vanaf de 1/16e finales. In deze EL-campagne speelden de Madrilenen al acht wedstrijden. Daarin konden ze zes keer zegevieren, speelden ze één keer gelijk en leden ze één nederlaag. Op weg naar de finale sneuvelden achtereenvolgens FC Kopenhagen, Lokomotiv Moskou, Sporting CP en FC Arsenal.

Marseille moest zich eerst door de EL-groepsfase ploeteren en eindigde daarin tweede, achter RB Salzburg. Daarna legden de Fransen een parcours af van drie nederlagen en vijf zeges. Ze pakten de scalpel van Braga, Athletic Bilbao, RB Leipzig en revancheerden zich in de halve finale tegen RB Salzburg.

Eerdere confrontaties

Deze finale is nog maar de derde clash tussen beide teams. In de groepsfase van de Champions League van 2008/09 gingen les Olympiens, met Erik Gerets aan het roer, in de heenwedstrijd met 2-1 de boot in. Thuis bleven ze tegen de Spanjaarden op een scoreloos gelijkspel steken. Keeper Steve Mandanda, nu bezig aan zijn tweede periode in Marseille, stond toen tussen de palen maar wordt straks waarschijnlijk gepasseerd door Yohann Pelé.

Atlético veroverde de beker al drie keer: in 2011/12 onder Diego Simeone, in 2009/10 en in 1961/62, toen de trofee nog de Europacup II heette.

Voor Marseille kan het de eerste EL-trofee worden, al was het wel de beste op de eerste editie van de Champions League (de vroegere Europacup I) in 1992/1993.

Topschutters

Het doelgevaar van l'OM zal vooral van Lucas Ocampos komen. De 23-jarige Argentijn scoorde vier keer in twaalf wedstrijden en is daarmee topschutter van de club in deze editie van het tornooi.

Dan ligt Antoine Griezmanns efficiëntie bij Atlético hoger: hij maakte ook al vier doelpunten maar had daar slechts zeven matchen voor nodig. Bovendien gaf de Franse spits evenveel assists, terwijl Ocampos maar één beslissende pass gaf.

De speerpunt in de aanval van de Spaanse hoofdstedelingen was vooral beslissend in de halve finale tegen Arsenal: op bezoek in het Emirates Stadium scoorde hij de 1-1-gelijkmaker, in Madrid zette hij Diego Costa op weg naar de 1-0 en de volgende ronde.

De Franse havenstad heeft ook een engelbewaarder: Dimitri Payet. RB Leipzig won de heenwedstrijd van de kwartfinale met 1-0, in het eigen Stade Vélodrôme zorgde Payet voor de beslissende 4-2. Eerder had hij Florian Thauvin de 3-1 geserveerd en uiteindelijk maakte Hiroki Sakai er nog 5-2 van.

Een ronde later bediende de kapitein zijn ploegmaats bij de drie Franse doelpunten tegen RB Salzburg (2-0-winst heen, 2-1-verlies in de retour). Het pijnpunt van Marseille is de verdediging: slechts in vier van de veertien wedstrijden kon het de nul houden. Ter vergelijking: Atlético behaalde in acht wedstrijden evenveel clean sheets.

Het decor van de finale is het stadion van dat andere Olympique, uit Lyon, dat in de Ligue 1 als derde finishte, één punt voor Marseille.