Dinsdagavond 10 juli 2018, omstreeks 21u48. We zitten twee minuten in de extra tijd van de halve finale Frankrijk-België op het WK voetbal, wanneer aanvaller Kylian Mbappé (19), Franse rijzende ster, de cornervlag opzoekt om de bal ver van eigen doel te houden. Wanneer hij een inworp moet toestaan, neemt hij de bal laconiek in de hand, alsof hij niet beseft dat de Belgen haast hebben. Hij wentelt de bal losjes om zijn middel, om die daarna klungelig uit zijn handen te laten vallen, weer twee meter verderop. Zich strategisch voor de bal positionerend, tracht hij die op te rapen, en krijgt zo een duw in de rug van de gehaaste Toby Alderweireld en Axel Witsel. Weer een tiental seconden erbij. Mbappé krijgt uiteindelijk een gele kaart, maar het gebrek aan protest en zijn passieve blik geven duidelijk aan dat het de youngster (en heel Frankrijk met hem) worst zal wezen. De klok slaat 21u50, de Belgen staan op 1 minuut van de uitschakeling. Van de 6 minuten extra tijd worden uiteindelijk slechts 2'37" gevoetbald.

Wat volgde die avond en de dagen daarna, was een woede jegens Frankrijk (met als exponent Mbappé) die nationale proporties aannam. Zoiets doe je niet. Geen fairplay. Mbappé als omhooggevallen vedette. Een aantal maanden terug hadden veel Belgische voetballiefhebbers hetzelfde gevoel wanneer ze het Standard Luik van Ricardo Sa Pinto de tijd vol zagen maken met overtredingen, tergend langzame doeltrappen en vrije trappen, en het uitlokken van ruzietjes om verder voetballen te vermijden. Antivoetbal. Een schande op de Belgische velden. Sa Pinto mocht zelfs zijn koffers pakken bij Standard - mede omwille van de publieke opinie die zich hiertegen keerde?

Lees verder onder het filmpje

Delen

Mbappé op de grond? Stop de klok!

In onze ogen moet er echter voorbij de acteurs gekeken worden en het systematisch tijdrekken zelf geanalyseerd worden. Als iemand tijdrekt, dan wordt die tijd er gewoon bijgeteld in extra time, toch? Fout. Wat veel voetbalfans intuïtief aanvoelen, en wat ook uit cijfers blijkt: er wordt consistent te weinig extra tijd toegekend. In een recente bijdrage op 538.org namen enkele voetbalbloggers de groepsfase van het WK onder de loep. Wat bleek? In elke wedstrijd werd tussen 3 en 13 (!) minuten te weinig extra time toegekend (een beslissing die volledig autonoom door het scheidsrechters kwartet kan worden genomen). De bloggers gingen nog verder, en timeden het aantal minuten dat de bal effectief in het spel was. Men kwam tot de hallucinante constatatie dat er slechts 55 tot 60 minuten van een match daadwerkelijk werd gevoetbald.

De stap terug naar Mbappé en Sa Pinto kan nu in een heel ander licht worden gezien: tijdrekken, zowel door ostentatief fases langer uit te melken als door (reglementair) ballen buiten te trappen, loont. Eerder dan een gebrek aan fairplay van de Fransen, is dit gedrag in het kader van de topsport een logisch uitvloeisel van een winnaarsmentaliteit: binnen het gecreëerde kader er alles aan doen om de overwinning binnen te halen.

Je hoeft geen leerpsychologie-expert te zijn om in te zien dat gedrag (tijdrekken) dat geassocieerd wordt met een beloning (grotere kans op overwinning), zich zal blijven stellen. Vaak wordt dit van jongs af aan al aangemoedigd: wanneer de ploeg voorstaat, geven coaches maar al te graag mee: 'Blijf maar wat langer liggen'. In zo'n kader staat fairplay lijnrecht tegenover de kansen op winst maximaliseren, en is de sport gedoemd om in een constante limbo te vertoeven, waar voetbalfans vaak horendol van worden.

In die optiek moeten we geen extra cursussen fairplay gaan geven (ook al blijven die voor veel andere aspecten uiterst nuttig), maar kunnen we best gaan sleutelen aan het systeem van tijd toekennen zelf. Een van de opties is het gebruik van een stopklok, zoals ook in hockey, basketbal of American football wordt gebruikt.

Schokkend of vernieuwend is zo'n voorstel allerminst, maar het slaat wel de twee bovenvermelde vliegen in één klap dood. Met een stopklok breek je ten eerste met de traditie van het arbitrair (en systematisch te laag) toekennen van extra tijd door de scheidsrechters. Kritiek aan hun adres vervalt hier dan ook compleet, en is dus - net zoals de VAR - een extra hulp voor deze aartsmoeilijke job.

Ten tweede wordt de klok ook stopgezet bij elk dood moment, zodat er effectief x aantal minuten gevoetbald kan worden, en defensief ('parkeer-de-bus-') voetbal minder loont. Hoewel wij dat zien als een legitieme manier van voetballen (opnieuw: binnen het huidige systeem maximaliseert het kansen op succes), kan de sport een aantrekkelijkheidskuur wel gebruiken. Het gebruik van een stopklok geeft ons tijd om te voetballen terug, eerder dan spelers zien ingooien of aanleggen voor een doeltrap.

Over de praktische aspecten van zo'n stopklok moet natuurlijk verder worden nagedacht. Persoonlijk zijn we voorstander, ten eerste, van het spelen van 2 x 30 minuten. Aangezien er nu ook ongeveer een uur effectief gevoetbald wordt, zou de totale duur van de wedstrijden met deze tijdsindeling niet veel veranderen. Meer nog, sommige partijen zouden - alles inbegrepen - ook vroeger gedaan zijn, aangezien ploegen nog weinig baat hebben bij tijdrekken: alles wordt gespeeld. Ten tweede is ook de vraag hoe dit geïmplementeerd kan worden buiten de hoogste gelederen van het voetbal. Geven we elke scheidsrechter een timer in de hand, die hij duizend keer per match moet indrukken? Daar kunnen terecht vragen bij gesteld worden.

Deze praktische bezwaren komen echter op de tweede plaats. Wanneer men het in eerste instantie collectief eens wordt dat de invoering van een stopklok een goed idee is om het voetbal aantrekkelijker en fairder te maken, worden praktische horden later wel genomen.

In Nederland zit men al een stap verder. Daar werd onlangs een vriendschappelijke oefenwedstrijd gespeeld, die volledig in het kader stond van het experimenteren met nieuwe voetbalregels om het spel aantrekkelijker te maken. Eén daaronder: de stopklok. Met andere woorden: er beweegt wel degelijk iets. En zolang er iets beweegt, mag de klok wat ons betreft gerust blijven doortikken.

Simon Defruyt, sportpsycholoog

Niels Gheyle, doctoraatstudent EU Studies UGent