De 27-jarige Vlaams-Brabander zette 2018 in met een knalprestatie: hij behaalde olympisch zilver op de massastart. Iets wat hij overigens al in 2010 voorspelde... 'Vorig jaar spookte dat enkele keren door mijn hoofd: "Acht jaar later, Bart, nú moet het gebeuren." Daar ben ik het meest trots op: dat ik die uitgesproken ambitie waargemaakt heb, over zo'n lange periode', vertelt Swings in Sport/Voetbalmagazine (S/VM).

'Een groot verschil met het skeeleren, waar ik meteen in de medailles gerold ben. In het schaatsen heb ik in die acht jaar ook veel meer moeilijke momenten beleefd. Zeker na de Winterspelen van Sotsji 2014, toen mijn curve leek af te vlakken. En de twijfels opstaken, bij de buitenwereld, de media, mezelf ook. Meer nog dan blijdschap voelde ik in Pyeongchang daarom vooral opluchting. Weg, die last van mijn schouders.'

In 2016 zei zijn coach Jelle Spruyt aan S/VM: 'In het skeeleren denkt Bart: ík en niemand anders win vandaag. Zelfvertrouwen dat hij als schaatser mist.' Is dat intussen veranderd?

Swings: 'Sinds de Spelen heb ik dat ook op de massastart in het schaatsen. Vroeger was ik er content met top drie, vanaf nu alleen nog met goud. Op de afstandsnummers is dat anders, daarvoor behaalde ik de laatste jaren te weinig medailles. In Pyeongchang, met twee zesde plaatsen, zat ik er echter niet ver van. Het podium blijft dus absoluut realistisch, maar dan moet ik technisch én fysiek een topdag hebben. Het niveau wordt immers steeds hoger. Zelfs Sven Kramer wint niet meer elke race.'

Naar de zomerspelen?

De kans bestaat dat skeeleren, Bart Swings' eerste liefde, op de Zomerspelen van Parijs 2024 een olympische demonstratiesport wordt. 'Als skeeleren die verdiende erkenning krijgt, dan wil ik er bij zijn - zelfs al is het 'slechts' een demonstratiesport', zegt Swings. 'Op mijn 33e moet dat nog lukken. En stel dat skeeleren vier jaar later als een volwaardige olympische sport op het programma staat? (denkt na) Dan misschien ook. (lacht) Al is dat wel héél verre toekomst.

'Een zaak is zeker: het schaatsen geef ik niet op, ook niet na Peking 2022. Dat geeft me in het skeeleren, zoals ook in omgekeerde richting, een surplus. Aangezien ik telkens zo sterk uit de winter kom, getraind om 5 à 10 km te knallen, kan ik in die skeelermarathons, zoals in Berlijn, op het einde nog versnellen. Waarna ze mij meestal niet meer terugzien.

'Dat, gecombineerd met mijn groot acceleratie- en recuperatievermogen, maakt me als skeeleraar zo goed. Tot het einde van mijn carrière zal ik dus de twee sporten combineren, ook omdat ik het schaatsen, los van een olympische medaille, nog altijd écht leuk vind - anders was ik er indertijd ook nooit aan begonnen.'

Lees het volledige interview met Bart Swings in onze +zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 6 februari 2019