Bart Vertenten werd op 11 oktober aangehouden in het onderzoek naar fraude en wedstrijdvervalsing in het Belgische voetbal. De 30-jarige scheidsrechter werd in verdenking gesteld van omkoping en criminele organisatie. Op 16 oktober verscheen hij voor de raadkamer in Tongeren. 'Uit wat er toen op het zittingsblad van de raadkamer geakteerd werd, blijkt duidelijk dat de verdediging toen al kennis had van het feit dat onderzoeksrechter Raskin in de licentiecommissie van de Koninklijke Belgische Voetbalbond zit of zat. Het bleek zat te zijn. Toch liet men drie vrije dagen passeren vooraleer het wrakingsverzoek op 22 oktober werd ingediend. Het wrakingsrecht moet nochtans terstond worden uitgeoefend, vóór de aanvang van de pleidooien. Hier werd het dus laattijdig ingediend', zegt federaal procureur Jan Kerkhofs.

Hij vindt voorts ook dat het wrakingsverzoek ongegrond is. De verdediging van scheidsrechter Vertenten verwijt Raskin belangenvermenging, omdat hij tot 17 maart 2018 lid was van de licentiecommissie. 'Maar ik zie niet in welk persoonlijk belang de onderzoeksrechter hierbij kan hebben. De licentiecommissie heeft niets te maken met het aanduiden van scheidsrechters. Zijn loutere link met de KBVB is onvoldoende om hem te wraken.'

Het hof van beroep in Antwerpen heeft het wrakingsverzoek van scheidsrechter Bart Vertenten in beraad genomen en zal binnen de acht dagen een arrest vellen. Dan zal duidelijk worden of onderzoeksrechter Joris Raskin het onderzoek naar fraude en wedstrijdvervalsing in het Belgische voetbal mag blijven leiden of niet.

De advocaat van Vertenten verwijt Raskin belangenvermenging. Toen het federaal parket op 10 januari 2018 een gerechtelijk onderzoek vorderde naar georganiseerde witwaspraktijken binnen het Belgische voetbal, was de onderzoeksrechter nog lid van de licentiecommissie van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB). 'Toen die vordering bij hem binnenkwam, had hij zich moeten terugtrekken, want die twee hoedanigheden zijn niet combineerbaar. Hij zit zodanig verweven in de structuur van de KBVB dat het voor hem onmogelijk is om een objectief en onpartijdig onderzoek te voeren', stelde meester Hans Rieder.

De advocaat ziet in het feit dat er geen huiszoeking en geen telefoontap bij de KBVB werd uitgevoerd en dat er niemand van de KBVB ondervraagd werd, een teken van de 'structurele partijdigheid' van de onderzoeksrechter. 'Want hoe kan je een objectief onderzoek doen naar een instelling waar je zelf tot 17 maart 2018 deel van uitmaakte?'

Maar ook naar de KBVB toe was Raskin volgens Rieder tekort geschoten. 'Als lid van de licentiecommissie was het zijn plicht om mogelijke feiten van omkoping te melden aan de KBVB. Als onderzoeksrechter moest hij zich echter het geheim van onderzoek houden en daarom verzaakte hij aan zijn meldingsplicht. Opnieuw een voorbeeld van zijn belangenconflict.'

Rieder wil dat Raskin van het onderzoek wordt gehaald en hoopt dat het hof van beroep zijn wrakingsverzoek zal inwilligen. Dat hij dat verzoek te laat zou hebben ingediend, zoals het openbaar ministerie had aangevoerd, betwistte hij.