Het was december 2016, in Calpe interviewden we John Degenbolb, een klein jaar nadat een verstrooide bejaarde dame hem en vijf Giant-Alpecinploegmaats nauwelijks twintig kilometer verder als kegels omver had geknald met haar auto.

De Duitser raakte bij het ongeval bijna zijn wijsvinger kwijt en herstelde moeizaam. Uitgebreid vertelde hij in het interview over de revalidatie en over het moeilijke, mentale verwerkingsproces. Met de hoop ook om in 2017 terug te keren op het niveau van 2015, toen hij Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix won.

Het bleek valse hoop: Degenkolb won in 2017 slechts één race en werd hier en daar al afgeschreven. Ook toen hij in het voorjaar van 2018 niet zijn oude vorm haalde en op de stenen van Roubaix zelfs crashte. Met een knieblessure stond hij vier weken langs de kant. Opnieuw terug naar af.

Een bloeiende carrière definitief gekraakt? Neen, want in juli verrees de Trekrenner in de Tour, net naast de Vélodrome, waar hij in 2015 zijn laatste spraakmakende zege geboekt had. Toen was hij op pad met onder meer Greg Van Avermaet en Yves Lampaert, de twee Belgen die ook nu met hem naar de finish in Roubaix reden. Het deed Degenkolb geloven dat hij kon winnen. En dat deed hij ook, in een sprint met zijn drieën.

Bijzonder emotioneel was hij dan ook na zijn triomf, bij het omhelzen van zijn ploegmaats, tijdens het flashinterview voor miljoenen tv-kijkers. Vele tranen rolden over zijn wangen. Niet alleen denkend aan zijn ellende, maar ook aan Jörg, een vriend die Degenkolb als zijn tweede vader beschouwde en die in oktober was omgekomen in een arbeidsongeval. Postuum beloofde hij Jörg dat zijn volgende grote overwinning voor hem zou zijn. Want dankzij Jörg, zijn vrouw en familie brak John Beton in die twee en een half jaar na zijn ongeval nooit.

Tenzij na de finish in Roubaix, van pure vreugde, opluchting en verdriet. Zelden hebben we een renner een zege meer gegund.